Wim van Vulpen opent letterlijk en figuurlijk zijn staldeuren

Een nestje kerkuilen onder de overkapping van de varkensschuur was de aanleiding voor dit verhaal in de zomerserie van TABOER en Nieuwe Oogst. Wim van Vulpen (57) uit Bunnik vertelt waar hij van opbloeit. En dat is sinds een paar jaar vooral zijn erf, dat hij omvormde van een gesloten, gangbare varkenshouderij naar een kleinschalige, biologische plek vol rust, ruimte en nieuwe initiatieven. Hij verruilde 750 zeugen voor 100 en gaf zijn ondernemerschap daarmee een nieuwe invulling.

De overstap naar biologisch bracht Wim meer dan een andere manier van boeren. Wat ooit een afgesloten erf was, is nu een open plek. “Vroeger bleef alles dicht uit hygiëne en vanwege gezondheidsstatus van de varkens. Nu is er volop beweging,’’ vertelt Wim. De varkens lopen deels buiten, bezoekers kunnen het erf op, en er is ruimte voor nieuwe initiatieven.

Een levendig erf

Deze verandering zette van alles in gang. In de verbouwde stallen zitten nu kleine bedrijfjes, er kwam een modderpoel voor de dragende zeugen en om de week repeteert zijn koor in de schuur. ‘’Alle onderneminkjes hebben een link met groen,’’ vertelt Wim. “Sommige begeleiden mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ze leren bijvoorbeeld werken met een bosmaaier. Zelf hebben we ook al jaren een medewerker met een beperking in dienst. Iets kunnen betekenen voor een ander verrijkt mijn leven.’’

Kerkuilen als symbool

De komst van een kerkuilennest onder het dak verraste Wim, maar paste helemaal bij het erf van nu. “Nu de schuur deels open is, kan zo’n uil hier zelf een nest bouwen. Je vraagt je als boer wel af: waarom daar?  Maar het is prachtig dat ze juist die plek kiezen.’’ Voor Wim symboliseert het nest wat er is veranderd: er is ruimte gekomen voor nieuw leven.

Echte gesprekken

Zestig procent van zijn dieren is vrijwel altijd buiten, op de verharde, overdekte uitloop. Op warme dagen biedt de modderpoel verkoeling. ‘’Het is prachtig om te zien hoe ze badderen, en hoe ook andere ondernemers op het erf ervan genieten.’’

Deze manier van werken zorgt niet alleen voor verbinding met anderen, maar ook voor verdieping. “Met minder dieren is er meer aandacht. Je bouwt een band op. En doordat mensen meer zien, kun je echt uitleggen wat hier gebeurt. Dat contact doet ertoe.”

Wat begon als een praktische keuze, ingegeven door het ontbreken van een opvolger en de kans om om te schakelen, groeide uit tot een manier van ondernemen die Wim energie geeft. ‘’Het ene moment sta je tussen de varkens, het volgende praat je met een kunstenaar op het erf over iets waar je nooit eerder bij stil stond.  

Na vijf jaar kijkt Wim tevreden terug op een transitie van productie naar aandacht en ontmoeting.  “Dat ik daar onderdeel van mag zijn, dat doet me goed.’’

Wim van Vulpen is de laatste deelnemer in de TABOER-zomerserie, waarin boeren en tuinders delen waar zij opbloeien. TABOER en Nieuwe Oogst laten hiermee zien hoe voldoening halen uit je werk of dagelijks leven bijdragen aan veerkracht en welzijn.