“We hadden een mooi bedrijf, maar niet in het juiste land”

Jack van der Schoot begint opnieuw net over de grens

Voor melkveehouder Jack van der Schoot (36) kwam het besluit om te emigreren niet van de ene op de andere dag. Na jaren van oplopende druk en steeds veranderende regels viel uiteindelijk het kwartje: zo kon het niet langer. “De afschaffing van de derogatie was voor mij de druppel,” vertelt hij. Samen met zijn vrouw Marianne en hun jonge gezin vertrok hij vlak voor kerst naar het Duitse Halver, zo’n 200 kilometer van Oirschot.

In Oirschot bouwde Jack na zijn opleiding aan de MAS in 2008 samen met zijn vader het melkveebedrijf verder uit. Wat begon met 45 koeien, groeide uit tot een modern melkveebedrijf met 115 melkkoeien en twee melkrobots. Daarnaast werkte hij jarenlang bij de agrarische bedrijfsverzorging. “Daar heb ik ontzettend veel geleerd. Je komt op allerlei bedrijven, je ziet verschillende bedrijfssystemen en spreekt veel mensen. Dat vormt je als ondernemer, maar ook als mens.’’

Struikelblokken

De ambitie om te groeien was er altijd. “Ik wilde vooruit.” Er werd geïnvesteerd in een tweede melkrobot en een uitbreiding van de stal. Maar net toen die plannen gerealiseerd waren, veranderde de regelgeving.

Met de invoering van fosfaatrechten kon het bedrijf niet doorgroeien zoals gepland. Door een ongelukkige peildatum werd het bedrijf zelfs in rechten gekort, omdat de stal nog niet volledig bezet was op dat moment. “We hadden forse investeringen gedaan die met geen mogelijkheid terug te verdienen waren als de stal niet vol stond.”

“We hadden grote investeringen gedaan die niet terug te verdienen waren zonder een volle stal.”

Om toch stappen te zetten, werd gewerkt met geleasete fosfaatrechten. Tegelijk moest Jack blijven werken bij de bedrijfsverzorging om het hoofd boven water te houden. Toen dat enigszins op de rit was, diende de volgende uitdaging zich aan: stikstof. Voor de benodigde interne saldering werden emissiearme vloeren aangelegd. “Nog voordat de laatste termijn was betaald, werd de vloer alweer afgekeurd. Dat was echt een domper.”

Daar bleef het niet bij. De afschaffing van de derogatie zorgde voor fors hogere kosten voor mestafzet. Voor Jack was dit het laatste struikelblok. “Op een gegeven moment moet je eerlijk zijn naar jezelf. We hadden een mooi bedrijf, maar niet in het juiste land.”

Voorzichtig nadenken over emigratie

Rond 2023 begon Jack voorzichtig na te denken over een toekomst buiten Nederland. Hij besprak het met zijn vrouw Marianne, die één duidelijke voorwaarde had: het moest niet te ver weg zijn. Duitsland kwam al snel in beeld. “Bedrijven zijn daar vaak grondgebonden. Je kunt je eigen ruwvoer telen en mest op eigen land afzetten. Dat sprak me enorm aan.”

Ook met zijn ouders ging hij in gesprek. “Als je dat wilt, ga het onderzoeken,” kreeg hij van hen mee. Een volledige sanering via de opkoopregeling was voor Jack geen optie. “Dan mag je nergens in Europa meer een melkveebedrijf beginnen. Dat wilde ik niet.”  

“Een volledige sanering via de opkoopregeling was voor ons geen optie.”

Toen het besluit eenmaal begon te landen, ging het snel. Jack hakte de knoop door en deelde zijn plannen om te emigreren met de mensen om zich heen. Hij kwam in contact met Interfarms, kwam hij in contact over de mogelijkheden in Duitsland.  “Regelmatig ging ik met mijn vastgoedconsultant naar Duitsland. Hij sprak de taal en kende de markt. Veel bedrijven staan daar in de stille verkoop, dus zonder netwerk kom je er moeilijk tussen.’’

Het bedrijf in Halver voelde meteen goed. ‘’Het had veel gelijkenissen met ons bedrijf in Oirschot: twee melkrobots en zelfs hetzelfde merk als we in Nederland hadden.” Dat gaf vertrouwen. Wat het verschil echt maakte, is de ruimte. “Hier heb ik 90 hectare tot mijn beschikking. Ongeveer een derde is van mezelf, de rest pacht ik langdurig. Dat geeft perspectief.”

In Oirschot is een deel van de grond verkocht en houdt zijn vader nog wat vlees- en melkvee. Zijn broer heeft een deel van grond in gebruik voor boomteelt.

Sociale contacten opbouwen

Inmiddels boert Jack vier maanden in Duitsland. De eerste indruk is positief. “De regels zijn hier niet per se soepeler, maar wel consistenter. Daardoor kun je weer plannen maken.”

“De regels zijn hier niet per se soepeler, maar wel consistenter, waardoor er duidelijkheid is en je weer kunt plannen zonder steeds veranderende eisen.”

Als voorbeeld noemt hij dat zijn bedrijf in een waterwingebied ligt. “We moeten perssappen uit de kuil verplicht opvangen in een put. Daar voldoen we aan, dat ligt vast in de vergunning, en daarmee is het klaar. Het wordt niet steeds veranderd. Dat geeft duidelijkheid.”

Die voorspelbaarheid gaf uiteindelijk de doorslag, al was de stap als gezin en voor de familie ingrijpender. “We woonden met z’n allen op één erf in Oirschot.’’ Het leven in Duitsland begint langzaam vorm te krijgen. Na de zomer gaan hun kinderen Luuk (2 jaar) en Emma (nu 5 maanden) naar de kinderopvang en verwachten ze ook buiten het bedrijf meer contacten op te doen.

Het sociale leven moet dus nog op gang komen. “Voor nu blijft het nog een beetje bij de voervertegenwoordiger en de loonwerker,’’ zegt hij lachend.  Maar er wordt hier ook carnaval gevierd, dus dat moet goed komen.’’

Wel is hij inmiddels aangesloten bij een studiegroep en heeft hij veel contact met de vorige eigenaar van het bedrijf. Die het bedrijf verkocht vanwege gezondheidsredenen, maar werkt nu zo’n 20 uur per week mee. ‘’Een betere vraagbaak kun je niet hebben. Hoe langer we samenwerken, hoe meer overeenkomsten ik zie in onze manier van ondernemen.”

Ook vanuit Nederland blijft de betrokkenheid groot.  Zijn vader helpt regelmatig mee en komt samen met zijn moeder ongeveer één keer per week naar Duitsland. “Met 200 kilometer afstand is dat goed te doen.”

Opnieuw beginnen

Of de stap het waard is geweest, vindt Jack nog te vroeg om te zeggen. “Het is nog pril.” Eerst maar eens een jaar draaien en zelf ervaren hoe het in de praktijk uit.  De verschillen zijn niet extreem groot. ‘’We hebben hier zo’n 120 melkkoeien en leveren nog steeds aan FrieslandCampina en de melkprijs is vergelijkbaar.’’ Kosten voor de afzet van mest heeft hij hier niet en hij hoeft geen ruwvoer aan te kopen. Daartegenover staan waarschijnlijke hogere loonwerkkosten, onder meer door het heuvelachtige landschap en de omvang van het areaal. De melkproductie per koe ligt rond de 11.000 kilogram melk per jaar. Iets hoger dan in Nederland.

Maar het belangrijkste verschil zit ergens anders. ‘’We kunnen hier weer vooruitkijken.’’

Foto’s: Interfarm en Jack van de Schoot