‘Sinds de brief 500 liter extra zuivel’

Boeren en tuinders werken hard en gepassioneerd. Toch is de druk vanuit de samenleving op de landbouw toegenomen. Een mening is snel gevormd. In deze zomerserie van TABOER zetten we daar iets tegenover: verhalen van boeren en tuinders over de trots die ze elke dag weer voelen. Zo ook Géline Andringa (25). 

Met haar studie Bedrijfskunde en Agribusiness wist Géline Andringa al dat ze niet de koeien van haar ouders zou overnemen. ‘Ik zag mezelf meer op een kantoor terechtkomen’, vertelt ze. Dat kantoor werd de boerderijwinkel op het ouderlijk erf in Burgum. Ook helpt ze haar moeder bij het verzuivelen van hun eigen melk. Voordat de boerderijwinkel er stond, was er een melktap. 

‘Op 200 meter bij ons vandaan is een asielzoekerscentrum. Asielzoekers haalden bij ons melk. En ook steeds meer mensen uit Burgum. Mijn moeder is toen yoghurt gaan maken en deed een cursus zure zuivelproducten. De hobby is inmiddels wel wat uit de hand gelopen, met onder andere karnemelk in verschillende smaken, kwark, griesmeelpudding, ijs, kefir en ijskoffie.’ 

Boeren steunen

‘Door de coronacrisis werd de klantenkring groter en investeerden we in automaten om de producten, inclusief eigen rundvlees, te verkopen’, vertelt Andringa. Met de boerderijwinkel groeide het familiebedrijf mee met de vraag van klanten. ‘Mensen worden zich bewuster van eten en zoeken de boer op. Ze willen kwaliteit en lokaal, maar ze doen het ook om de boeren te steunen.’ 

‘Dat zagen we eerder ook al, toen stikstof een groot probleem werd. Mensen kochten bij ons om ons te steunen. Na de stikstofbrief zie ik dat weer. Sinds die brief maken we 500 liter zuivel per week extra om aan de vraag te voldoen’, vervolgt de jonge ondernemer. Van negatieve beeldvorming over agrariërs is in Burgum dan ook geen sprake. ‘Het is hier het platteland, de mensen zijn juist positief over boeren. Maar als je dicht bij een stad zit, kan ik me voorstellen dat het anders is.’

Via de winkel heeft Andringa veel contact met burgers, maar ook de jaarlijkse koeiendans is een en al interactie met de samenleving. ‘Dit jaar waren er 2.500 bezoekers, vorig jaar 2.000. En we maken het alleen kenbaar via onze sociale media. Waarom het zo populair is? Onze koeien kunnen kennelijk goed dansen en zijn echte entertainers’, lacht ze. 

Het bedrijf met driehonderd koeien heeft ook een skybox met zicht op de stal, die als vergaderruimte wordt ingezet. ‘Sommige bedrijven willen dan ook een rondleiding. Je kunt dan laten zien hoe vakkundig boeren zijn. Door ons verhaal te vertellen, krijgen ze een helder en eerlijk beeld van de sector.’

‘Het is belangrijkste is dat we de burger een goed verhaal vertellen. Dat doen we elke dag in onze boerderijwinkel.’

Bij Andringa heeft positiviteit de overhand. ‘Uiteindelijk is er wel een plek voor ons. Ik geloof niet dat die brief echt doorgevoerd wordt. Het blijft frustrerend als je iets krijgt opgelegd waarbij je de kanttekening kunt plaatsen of het werkt en nodig is. We blijven investeren in verduurzaming, maar krijgen daar weinig perspectief voor terug.’

Ze vindt het goed om in actie te komen door je te laten zien en horen. Zo hangt aan de weg een bord van NAJK: ‘Hier loopt de toekomst van een jonge boer dood’. Andringa: ‘Maar nog belangrijker is een goede inhoudelijke boodschap over te brengen naar de burger. Dit doen we dagelijks in onze boerderijwinkel.’

Géline Andringa (25) is deelnemer aan de TABOER-zomerserie waarin boeren en tuinders vertellen over de trots die zij iedere dag weer voelen. Hoewel de druk vanuit de samenleving op de landbouwsector de afgelopen jaren is toegenomen en een mening snel is gevormd, blijven boeren en tuinders hard en gepassioneerd werken. Samen met Nieuwe Oogst laat TABOER zien waarom boeren en tuinders met plezier en voldoening hun werk doen.

Foto: Marcel van Kammen