Boeren en tuinders werken hard en gepassioneerd. Toch is de druk vanuit de samenleving op de landbouw toegenomen. Een mening is snel gevormd. In deze zomerserie van TABOER zetten we daar iets tegenover: verhalen van boeren en tuinders over de trots die ze iedere dag weer voelen. Sandra Cryns is een van hen.
Ze is net terug uit Afrika, het continent waar Sandra Cryns geboren is. Thuis draait alles gelijk weer door. ‘Meteen weer actie in en om de boerderij.’
De reis naar Afrika is direct een voorbeeld van trots waar de akkerbouwer uit Flevoland graag over vertelt. De teelt van pootaardappelen, suikerbieten, uien, tarwe en wortels in het Flevolandse Swifterbant vraagt vakmanschap en kennis. Kennis die in Afrika niet vanzelfsprekend is, maar die Cryns samen met haar man en provinciaal LTO Noord-voorzitter Paul graag deelt.
‘Nederland staat hoog op de ranglijst als het om agrarische kennis gaat. We leren mensen in Afrika anders kijken dan ze gewend zijn. Dus niet poten, negentig tot honderd dagen wachten en dan oogsten. Maar tussendoor proefrooiingen doen om te kijken welke maat de pootaardappelen hebben.’
Geduld voor meer geld
In Afrikaanse landen zijn ze volgens Cryns geneigd te vroeg te oogsten, omdat ze geld nodig hebben voor school of de dokter. ‘Wij proberen duidelijk te maken dat je geduld moet hebben om een hoger rendement te krijgen. Het is aandoenlijk om te zien dat ze naar ons luisteren en meteen actie ondernemen.’
Bang dat ze haar eigen concurrentie opleidt, is Cryns geen moment. ‘De veldjes zijn daar in onze ogen op volkstuinniveau. Echt voor hun eigen voedselvoorziening. Niet te vergelijken met Nederland.’
Sandra: ‘Ik moet er staan voor mijn bedrijf en kan het niet over mijn hart verkrijgen naar de breiclub te gaan’
De ondernemer zegt ‘helemaal blij’ te zijn als ze mensen in Afrika weer ‘een stapje naar voren’ heeft gebracht. Dat is ook op de poldergrond haar drijfveer. ‘Iedere keer wil je het weer beter doen. Stappen maken.’
Hoewel ‘het hele politieke gebeuren in Den Haag’ haar benauwt, denkt Cryns niet aan stoppen. Het ondernemerschap, de vrijheid en het land betekenen te veel voor haar. ‘Ik voel ook dat ik er moet staan voor mijn bedrijf. Het werk in de schuur, meedenken, meepraten. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen te gaan sporten of naar een breiclub te gaan.’



Om mensen buiten de landbouw mee te nemen in haar werk, gaat Cryns met haar camera op pad. Om te laten zien wat er op het land gebeurt en waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. ‘Ik heb foto’s gemaakt van de vliesdoeken die we over miniknollen leggen om ze tegen virus te beschermen. Dat ga ik ook doen als we met een elektrocutiemachine het onkruid tussen de wortels elektrocuteren.’
Op haar website wil de akkerbouwer laten zien dat in de landbouw ook andere technieken worden toegepast om duurzamer te werken. Daar komen eveneens foto’s uit ontwikkelingslanden op te staan.
‘Ook buiten Nederland loop je tegen dezelfde problemen aan, zoals watertekort en hoge kunstmestprijzen. Dan hebben we het eigenlijk best goed hier, ondanks de voortdurend opgelegde beperkingen’, stelt Cryns. ‘Liever gedoseerd spuiten met minder chemie dan met zo’n tankje op je rug lopen en er zelf onder komen te zitten, zoals ze dat in Afrika doen.’
Bron: Sacha Wunderink, Nieuwe Oogst
Foto: Freddy Schinkel